Ondersteuningsprofiel
U bevindt zich hier: Home » Info voor ouders » Ondersteuningsprofiel
 
 

 

 

Ondersteuningsprofiel van de Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool, onderdeel van Meerwerf Basisscholen te Den Helder.

 

Scholengroep Den Helder Noord

 

1.         Functie van het ondersteuningsprofiel

In het ondersteuningsprofiel beschrijft de school haar mogelijkheden om leerlingen te ondersteunen wanneer het regulier aanbod van de school onvoldoende aansluit bij de ontwikkeling van de leerling. In het ondersteuningsprofiel zijn de daarvoor relevante gegevens opgenomen zodat voor ouders, samenwerkingsverband en de overige scholen van de onderwijsgroep de mogelijkheden van de school duidelijk zijn.

Het ondersteuningsprofiel maakt een onderscheid in basisondersteuning en extra ondersteuning. De basisondersteuning ligt bij voorkeur bij alle scholen op een gelijk niveau. Afspraken over een minimumniveau worden in het samenwerkingsverband gemaakt en gelden voor alle scholen.

Extra ondersteuning kan per school verschillen. Bij extra ondersteuning gaat het om specifieke kwaliteiten van de school gericht op leerlingen die deze vorm van ondersteuning vragen. Extra ondersteuning vertaalt zich in arrangementen die de school kan bieden en waarvoor doorgaans extra middelen worden ingezet. Arrangementen kunnen deels structureel deel uitmaken van het ondersteuningsaanbod en deels een tijdelijk karakter hebben. Een arrangement geeft aan:

-           welke deskundigheid wordt ingezet

-           de tijd die beschikbaar is

-           het programma dat uitgevoerd wordt en de gebruikte materialen

-           het mogelijke specifieke gebruik van het schoolgebouw

-           samenwerking met ouders, onderwijs en mogelijke ketenpartners

Het ondersteuningsprofiel geeft eveneens informatie over de basiskwaliteit van de school. Daarom is het oordeel van de inspectie over deze basiskwaliteit opgenomen in het ondersteuningsprofiel.

Het ondersteuningsprofiel van de school vormt voor ouders een houvast bij schoolkeuze en voor de scholen/besturen een houvast bij de toelating van leerlingen en het vinden van de meest geschikte plek voor een leerling.

 

De inhoud van dit schoolondersteuningsprofiel (SOP) bestaat uit:

•           gegevens van de school

•           karakteristiek en onderwijsvisie van de school

•           kengetallen

•           oordeel van de onderwijsinspectie

•           organisatie van de ondersteuning

•           ondersteuning sociaal emotionele ontwikkeling

•           ondersteuning lezen en spelling

•           ondersteuning rekenen en wiskunde

•           het directe instructiemodel (DIM)

•           grenzen aan ondersteuning

•           professionalisering

 

 

 

 

 

2.         Gegevens van de Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool

Wnd. Directeur             : Will Pompert

Tel.nr.                           : 0223 - 615268 / 613772

E-mail                          : tuindorpthijsse@gmail.com

Website school             : www.meerwerf.nl

Website stichting          : www.meerwerf.nl

 

 

3.         Karakteristiek en onderwijsvisie van de school

             De Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool maakt deel uit van Meerwerf Basisscholen te Den Helder,

een openbaar bestuur met 11 locaties. Onze scholen zijn openbaar. Openbaar wil zeggen dat  leerlingen van alle achtergronden van harte welkom zijn. Op onze scholen krijgen sinds jaar en dag leerlingen met verschillende religies en levensovertuigingen, verschillende huidskleuren, uit diverse milieus en van verschillende geaardheid les.  Onze scholen hechten veel waarde aan veelzijdigheid. We vinden het waardevol dat de kinderen tijdens hun periode op de basisschool op positieve wijze met verschillen tussen mensen leren omgaan. In onze scholen wordt  goed onderwijs gegeven, maar er wordt ook goed opgevoed. Aan de ontwikkeling van waarden en normen binnen onze westerse samenleving wordt veel aandacht besteed. Afhankelijk van de leeftijd en de ervaringen van de kinderen wordt regelmatig stil gestaan bij onderwerpen als vriendschap, eerlijkheid, rechten en plichten, goed en kwaad, verantwoordelijk gedrag, sociaal gedrag, het voorkomen van pestgedrag, enz. Daarbij wordt kinderen – voor zover passend binnen de westerse waarden en normen - niet één opvatting als de enige juiste voorgehouden, maar worden ze juist gestimuleerd om een eigen mening te ontwikkelen. De vraag ''hoe denk jij hierover?'' vinden we belangrijk.
Zo wordt een bijdrage geleverd aan de opvoeding van kinderen tot goede burgers, die later een veilige en tolerante samenleving in stand houden. Een maatschappij waarin mensen op respectvolle wijze met elkaar omgaan en waarin (individuele) rechten en plichten geaccepteerd en uitgedragen worden.

De Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool  bestaat uit 2 locaties gesitueerd in aan elkaar grenzende buurten. Beide locaties  hebben 5 groepen. De samenstelling van de groepen is op de locaties gelijk waardoor er inhoudelijk intensief samengewerkt wordt.

Onze school heeft een meldcode kindermishandeling, een veiligheidsplan en een medisch protocol.

 

Onderwijsvisie

De Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool besteedt structureel aandacht aan kennis en vaardigheden op cognitief gebied en aan de sociaal emotionele en de creatieve vorming van de kinderen.

Enkele belangrijke  uitgangspunten zijn:

•           Ieder kind krijgt de kans zich maximaal persoonlijk te ontplooien.

•           Ieder kind krijgt passende leerstof aangeboden. De leerkrachten handelen volgens het directe instructiemodel waarbij coöperatieve werkvormen worden toegepast.

•           Ieder kind voelt zich geborgen in de groep. 

•           We bieden onderwijs dat aansluit bij de kerndoelen die het ministerie voorschrijft.

•           We bieden onderwijs dat verantwoord aansluit op het voortgezet onderwijs.

•           We onderhouden een goed, intensief contact met de ouders, waarbij een  gezamenlijke verantwoordelijkheid voorop staat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4.         Kengetallen

 

 

01-10-2010

01-10-2011

01-10-2012

01-10-2013

Leerlingaantallen

175

165

196

175

Gewichtenleerlingen 0,3

64

62

57

48

Gewichtenleerlingen 1,2

13

12

46

45

Verwijzingen naar:

Speciaal basisonderwijs

Speciaal onderwijs Medisch kinderdagverblijf

2010-2011

2

0

0

2011-2012

2

3

1

2012-2013

2

1

0

2013-2014

 

1

 

 

       

 

 

5.         Oordeel van de onderwijsinspectie

De inspectie van het Onderwijs heeft op 14 april 2014 een onderzoek naar de kwaliteitsverbetering op onze school uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs en de naleving van wet- en regelgeving. Onze school is het basisarrangement toegekend. De kwaliteit van het onderwijs is voldoende.

De inspectie concludeert tevens dat er geen tekortkomingen zijn in de naleving van de wettelijke voorschriften die zijn gecontroleerd.

 

 

6.         Organisatie van de ondersteuning

 

Wanneer leerlingen extra ondersteuning nodig hebben in hun ontwikkeling, dan kunnen we de ondersteuning telkens een niveau opschalen, waarbij de inzet van externen en ouders steeds belangrijker wordt. Wij onderscheiden vier niveaus die we  beknopt weergegeven.

 

Klasse of groepsniveau

De leerkracht, eventueel samen met de intern begeleider(IB), organiseert ondersteuning in de klas of op school. De leerkracht informeert de ouders daarover.

 

Schoolniveau

Vanaf dit niveau worden de ouders/verzorgers intensief betrokken bij de ondersteuning die de leerling  nodig heeft. Het gaat nu om meer complexe ondersteuningsvragen waarbij eventueel ook het schoolmaatschappelijk werk of andere deskundigheid betrokken kan worden. De in te zetten ondersteuning  bespreken we in ons Ondersteuningsteam(OST) en leggen we vast in een "groeidocument".

 

Scholengroepniveau

Wanneer extra ondersteuning, die de school niet alleen kan bieden, noodzakelijk lijkt, vragen we, op basis van het groeidocument  "arrangement" aan bij het ondersteuningsteam(OST) van de scholengroep. Bij toekenning van een arrangement voor extra ondersteuning, kan die zowel op de eigen school als op een andere school worden geboden. Ook in deze fase blijven ouders direct betrokken.

 

Samenwerkingsverbandniveau

Wanneer plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of op de plusvoorziening van het samenwerkingsverband aan de orde lijkt dienen we deze aanvraag, weer in overleg met de ouders, in bij het CTO (Centrale Toelaatbaarheid Onderwijsvoorzieningen)

Het CTO geeft een toelaatbaarheidsverklaring af die nodig is voor een plaatsing op één van deze voorzieningen.

 

 

Aanwezige expertise personeel

Leerkrachten:

  • Er zijn leerkrachten  bezig met een Master SEN opleiding  (Special Educational Needs), één volgt de leerroute gedragsspecialist en één de leerroute intern begeleider.
  • Eén leerkracht is gediplomeerd gedragsspecialist.
  • Eén leerkracht heeft de opleiding  Coachen van vernieuwing/Intern begeleider afgerond.
  • Eén leerkracht is gecertificeerd intern systeem begeleider.

 

Intern begeleiders:

  • Er is één intern begeleider gecertificeerd Eigen kracht stimulator.
  • Er is één intern begeleider gecertificeerd dyslexie specialist
  • Er is één intern begeleider gecertificeerd aandachtsfunctionaris kindermishandeling
  • Er is één intern begeleider gecertificeerd Intern systeem begeleider (coaching leerkrachten)
  • Er is één intern begeleider  bezig met een Master SEN (Special Educational Needs) opleiding met de leerroute intern begeleider.

 

Directeur:

  • Akte buitengewoon onderwijs
  • Gecertificeerd Eigen kracht stimulator.

 

Met bovengenoemde expertise zorgen wij voor een op voldoende niveau functioneren van een:

  • samenhangend systeem van genormeerde instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen
  • het systematisch volgen en analyseren van de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen
  • het op basis van een analyse van verzamelde gegevens tijdig bepalen van de aard van de te bieden ondersteuning
  • het planmatig uitvoeren van de ondersteuning
  • het regelmatig evalueren van de effecten van de ondersteuning

    

Wanneer ouders hun kind aanmelden op onze school, waarbij ze aangeven dat hun kind een specifieke ondersteuningsbehoefte heeft,  gaan we altijd eerst met hen in gesprek. Samen met de ouders/verzorgers kijken we wat het kind nodig heeft en bespreken de mogelijkheden die we als school kunnen bieden. We willen  een realistisch ontwikkelingsperspectief schetsen op basis van een reële inschatting van de onderwijsbehoeften van het kind.

Wanneer we tot de conclusie komen dat plaatsing op onze school niet haalbaar of minder wenselijk is gaan we samen met de ouders/verzorgers op zoek naar een beter alternatief binnen de regio. De school neemt hierbij het initiatief, waarbij intensieve communicatie en afstemming essentieel zijn.  

 

 

7.   Ondersteuning Sociaal Emotionele Ontwikkeling

 

7.1  Basiskwaliteit

 

Een steeds belangrijker wordend aspect van het onderwijs is het begeleiden van de kinderen met betrekking tot de sociaal emotionele ontwikkeling. Voor het aanleren en versterken van wenselijk gedrag, het leren samenwerken, verantwoordelijkheid dragen en andere sociaal emotionele aspecten in het kader van burgerschap, gebruiken we geen vaste methode. Binnen onze thema’s en projecten wordt hier specifieke aandacht aan besteed. Verder werken we dagelijks met coöperatieve werkvormen waarbij het samenwerken, rekening houden met elkaar en het omgaan met verschillen worden geoefend.

 

 

7.2   Basisondersteuning

  

Wanneer kinderen door een bepaalde oorzaak zich niet of minder snel ontwikkelen op het gebied van deze sociaal emotionele ontwikkeling, al dan niet als gevolg van een aanwijsbare aangetoonde oorzaak als ADHD, autisme gerelateerde stoornissen of anderszins, dan is het aan de leerkrachten om de kinderen hierin specifiek te begeleiden. Met name door de steeds grotere kennis die hierover beschikbaar komt en de steeds hogere eisen die  de maatschappij aan de scholen stelt om deze kinderen te begeleiden, is het van belang om hierin continu te blijven scholen en te ontwikkelen.

Schooljaar 2013-2014 gaan we een registratiesysteem v.w.b. de sociaal emotionele  ontwikkeling invoeren. Aan dit systeem zijn diverse handreikingen gekoppeld om de sociaal emotionele ontwikkeling te bevorderen en te verbeteren.

 

Begeleiding en ondersteuning kunnen bieden is geen "vast" gegeven, maar zal steeds moeten worden afgestemd op de specifieke ondersteuningsbehoeften van het kind. Daarbij komt dat door wisselingen in personele bezetting de ondersteuningsmogelijkheden ook kunnen wisselen. Het hieronder genoemde aanbod geeft dan ook vooral een indicatie weer van de ondersteuning die we in principe kunnen bieden, gerelateerd aan onze ondersteuningsstructuur. Begeleiding zal altijd afgestemd worden in overleg met de ouders en moet passen binnen de mogelijkheden van de school. Wij kunnen nu de volgende ondersteuning realiseren.

  • ADHD: herkennen, opstellen begeleidingsplan, structurele aanpak in de klas, al dan niet met externe ondersteuning
  • PDD NOS: herkennen, bieden van veiligheid en  vaste structuur in de reguliere klassensituatie
  • faalangst en concentratieproblemen: herkennen, gerichte begeleiding door individuele gesprekken door intern begeleider of leerkracht

 

Voor wat betreft pestgedrag zullen er acties worden ondernomen inherent aan de verplichtingen vanuit de wetgeving.

Scholing vanuit het Samenwerkingsverband met betrekking tot meerkunners en hoogbegaafdheid staat gepland.

 

 

7.3   Extra ondersteuning

 

In een aantal gevallen hebben kinderen behoefte aan meer specialistische ondersteuning. Zo nodig wordt nader onderzocht welke ondersteuning nodig is. In overleg met het Ondersteuningsteam van de scholengroep (OST) vindt vertaling plaats in de vorm van een arrangement,  waarin doorgaans het ter beschikking stellen van deskundige formatie en/of middelen en duidelijke werkdoelen zijn opgenomen. In goed overleg met de ouders wordt dit opgenomen  in het handelingsplan. Op onze school is het mogelijk om ondersteuning te bieden op enkele specialismen, mits hiervoor voldoende extra ondersteuningsmogelijkheden (arrangementen) beschikbaar zijn:

-  opvang en begeleiding van leerlingen met het syndroom van Down tot en met groep 2

-  opvang en begeleiding van leerlingen met gedragsproblemen en stoornissen in het autistisch

   spectrum mits de veiligheid van de leerling, de andere leerlingen en leerkrachten gewaarborgd blijft.

           

8.  Ondersteuning lezen en spelling

 

 

8.1  Basiskwaliteit

 

We besteden veel aandacht aan het leesonderwijs. We hanteren een doorgaande lijn in zowel Technisch als Begrijpend lezen.  In groep 1 en 2 worden voorbereidende activiteiten gedaan en in groep 3 wordt begonnen met het leren lezen. In groep 1 en 2 volgen we de methode Schatkist en bieden we dagelijks activiteiten aan uit het bronnenboek “Fonemisch bewustzijn”, een voorloper op de leesmethode van groep 3. In groep 3 maken we gebruik van de methode Veilig Leren Lezen. Deze methode biedt  het lezen en schrijven geïntegreerd aan. Na het aanvankelijk lezen in groep 3, wordt er vanaf groep 4 veel tijd en aandacht besteed aan het Voortgezet Technisch Lezen. Hiervoor maken we gebruik van de methode Alles in 1 / Alles Apart. Tegelijk komt de nadruk steeds meer op het begrijpend (en later ook het studerend) lezen te liggen.

Voor het begrijpend lezen gebruiken we vanaf groep 5 aanvullend op de methode Alles in 1/Alles Apart de methode Nieuwsbegrip. Deze laatste methode koppelt begrijpend lezen aan actuele maatschappelijke thema’s uit het nieuws.

 

 

8.2  Basisondersteuning

 

De basiskwaliteit van de school is van voldoende niveau om de meeste leerlingen een ruim voldoende leesvaardigheid te laten verwerven.

We toetsen het begrijpend en technisch lezen met behulp van het Cito-leerlingvolgsysteem en de methode-gebonden toetsen. Deze laten zien wanneer een leerling (on)voldoende leesvorderingen maakt. Wanneer er sprake is van een stagnatie of juist een versnelling in de leesontwikkeling, dan krijgen deze leerlingen een verlengde, intensievere instructie van de leerkracht of een ander aanbod.

Wij zijn er op gericht dyslexie tijdig te herkennen en kunnen leerlingen gericht ondersteunen.

 

 

8.3  Extra ondersteuning

 

Voor leerlingen die ondanks de uitbreiding van de instructie en oefentijd onvoldoende vorderingen maken treffen we extra maatregelen.

Minimaal drie maal per week krijgt de leerling, naast het aanbod uit de reguliere leesmethode,  extra ondersteuning van zijn/haar eigen leerkracht. In de groepen 3 en 4 zetten we het Connect lezen in om het nauwkeurig lezen te bevorderen. In de groepen 5 t/m 8 zetten we het Ralfi lezen in om het leestempo te verhogen. In totaal gaat het om tenminste één uur per week. Door de inzet van de (extra) leerkrachten of IB-ers en een gerichte planning in de groep kunnen we deze inzet structureel waarborgen.

Afhankelijk van de vooruitgang die de leerling boekt, brengen we door deze werkwijze ook in kaart of er mogelijk sprake is van een ernstig leesprobleem of leesstoornis.

Afhankelijk van de mate waarin kan er sprake zijn van een tijdelijk behandeltraject buiten de school.

Het monitoren van kinderen begint al in de kleutergroepen, waarbij we naast observaties ook de gerichte toetsing gebruiken om signalen van taalachterstanden of een taalvoorsprong vast te leggen. Op het moment dat we signalen krijgen van mogelijke dyslexie, wordt gestart met specifieke ondersteuning, waarbij ook de ouders worden geïnformeerd. Om daadwerkelijk vast te stellen of er  sprake is van dyslexie, toetsen we kinderen vanaf groep 5. Om voor diagnostiek en behandeling in aanmerking te komen moet er aangetoond worden dat er goed gehandeld is en dat er sprake is van hardnekkigheid. Zie protocol dyslexie.

 

 

9.  Ondersteuning rekenen en wiskunde

 

9.1  Basiskwaliteit

 

Over het algemeen verwerven de meeste leerlingen met behulp van het onderwijsaanbod uit de methode voldoende rekenvaardigheid in hun ontwikkeling naar functionele gecijferdheid. De referentieniveaus geven vulling aan de inhoud en moeilijkheid. Voor het basisonderwijs geldt het streefniveau (1S) en fundamenteel niveau (1F).

We besteden veel aandacht aan het rekenonderwijs. We hanteren een doorgaande lijn. In groep 1-2 worden voorbereidende activiteiten gedaan.  Vanaf  groep 3 wordt begonnen met het reken en wiskundeonderwijs vanuit de methode. In de groepen 1 en 2 volgen we de methode Schatkist en bieden we dagelijks activiteiten aan uit het bronnenboek “Gecijferd bewustzijn”, een voorloper op de reken-wiskundemethode vanaf groep 3. Vanaf  groep 3 werken we met de methode Reken zeker.  

 

 

9.2   Basisondersteuning

 

De reguliere basisondersteuning bij het rekenonderwijs bestaat uit het structureel werken op 3 niveaus, aangevuld met aparte leerlijnen voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Extra oefenstof, extra instructie aan de instructietafel of juist extra uitdagende opdrachten stimuleren de kinderen om zich verder te ontwikkelen. In veel gevallen wordt de intern begeleider gevraagd om mee te denken over de meest effectieve aanpak voor de leerling.

We toetsen het rekenen en wiskunde met behulp van het Cito-leerlingvolgsysteem en de methode-gebonden toetsen.

 

 

9.3   Extra ondersteuning

 

Wanneer over een periode van zes maanden een leerling onvoldoende baat heeft bij het afgestemde aanbod (op basis van de methode) is aanvullend (intern) diagnostisch onderzoek nodig om de aard van de problemen beter in kaart te brengen.

Vaak wijst dit onderzoek uit dat de leerling in een of meer leerlijnen hiaten heeft of dat te snel is overgestapt naar een te hoog abstractieniveau. Het is belangrijk vast te stellen of er sprake is van een automatiseringsprobleem of een begripsprobleem.

Begrip is vereist, voordat automatisering zich duurzaam ontwikkelt.

Wanneer de bron van de problemen is vastgesteld kan met behulp van een individueel arrangement gewerkt worden aan ontbrekende of zwakke schakels in de verschillende leerlijnen. Voor een deel kan gebruik gemaakt worden van onderdelen van de gebruikte methode. We zetten als het ware een stap terug en nemen een deel van de leerlijn nogmaals door. Ook staan hulpmaterialen als Maatwerk, meesterwerk en speurwerk  ter beschikking om tijdelijk extra accent te leggen op onderdelen van leerlijnen binnen de verschillende domeinen. Een en ander leggen we vast  in het handelingsgerichte groeidocument, in samenspraak met ouders / verzorgers.

 

 

10.  Het Directe instructiemodel (DIM)

Bij het aanbieden van extra ondersteuning is het geven van instructie en begeleiding een belangrijk aspect van het onderwijsgedrag. De wetenschappelijke evidentie voor de effectiviteit van het directe instructiemodel is heel groot. Onze school heeft ervoor gekozen om bij het aanbieden van extra ondersteuning standaard het directe instructiemodel te gebruiken. Hierbij gaat het vooral om cognitieve leerprestaties bij de basisvaardigheden lezen, rekenen, spelling en taal.  Planning is een heel belangrijk aspect van het onderwijsgedrag van de leerkracht, zeker in een combinatieklas. Goed en succesvol onderwijzen en begeleiden vereisen onder andere zorgvuldige planning van alle instructiefasen van de les.

 

Het basismodel directe instructie bestaat uit zes fasen:

  1. dagelijkse terugblik
  2. presentatie
  3. (in)oefening
  4. zelfstandige verwerking
  5. periodieke terugblik
  6. terugkoppeling

Dit model wordt het Directe Instructiemodel genoemd, omdat de uitvoering van het onderwijsproces in belangrijke mate gecontroleerd wordt door de leerkracht. Het directe instructiemodel is interactief. De leerkracht betrekt bij de uitleg van nieuwe leerstof de leerlingen actief bij de les, bijvoorbeeld door het stellen van veel vragen of het geven van korte opdrachten bij voorkeur met behulp van coöperatieve werkvormen.

 

 

11.   Grenzen aan ondersteuning

 

De Tuindorp-dr.Jac.P. Thijssechool  besteedt veel tijd en energie aan het begeleiden van kinderen met een bijzondere ondersteuningsvraag. Ouders worden pro-actief betrokken en in samenspraak met hen stellen we ondersteuningsarrangementen op.

Echter, we blijven  een reguliere basisschool die tegen grenzen van ondersteuning kan oplopen. Deze grenzen zijn bereikt wanneer:

• een leerling niet meer te sturen is;

• een leerling zo agressief is dat de veiligheid van andere leerlingen in het geding is;

• er ondanks de nodige ondersteuning stilstand in de ontwikkeling is;

• een leerling zoveel begeleiding van de leerkracht vraagt dat dit teveel ten koste gaat van de aandacht voor de overige leerlingen;

• een leerling de draagkracht van een leerkracht te boven gaat en er geen verdere mogelijkheden zijn voor ondersteuning en/of overplaatsing naar een andere groep.

Wanneer de grens van onze ondersteuning bereikt is, gaan we over  naar het niveau van bovenschoolse ondersteuning, zoals al eerder aangegeven.

 

 

12.   Professionalisering

 

Professionalisering en ontwikkeling

 

De Tuindorp-dr.Jac.P. Thijssechool  heeft als visie de basiskwaliteit van de leerkrachten zo hoog mogelijk te houden. Iedere leerkracht heeft daarom een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP), dat jaarlijks in overleg met de directie wordt vastgesteld. Door functioneringsgesprekken, observaties, eigen behoeften en de behoeften van de school krijgt het POP concreet vorm. De leerkrachten zijn zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van hun leerkrachtdossier.

Op schoolniveau volgen we gerichte teamscholing op het gebied van leerlingenzorg voor de volgende aspecten: coöperatieve werkvormen, planmatig opbrengstgericht werken. Op basis van de kaders en afspraken binnen het SWV is er gerichte scholing “gepland op het gebied van (pest)gedrag  en hoogbegaafdheid.

In het schooljaarplan staat aangegeven welke ontwikkelingsonderwerpen er worden opgepakt.

 

Tenslotte

Mocht u na het lezen van dit schoolprofiel nog vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. Ik ga graag met u in gesprek!

 

Oktober 2013

Will Pompert

Wnd. directeur Tuindorp-dr.Jac.P.Thijsseschool